Wat is een arthroscopy?

Arthroscopy

Een arthroscopy is een heelkundige techniek gebruikt door orthopedische chirurgen om problemen binnen een gewricht te visualiseren, een diagnose te stellen en een behandeling in te stellen. Het woord arthroscopy komt vanuit het Grieks: "arthro" (gewricht) en " skopein " (zien, bekijken). Deze term betekent letterlijk " gaan kijken binnen in een gewricht". Tijdens een arthroscopische ingreep maakt de orthopedische chirurg één of meerdere kleine insneden om potlood dikke instrumenten in te brengen in het gewricht. Deze instrumenten bestaan in de eerste plaats uit een lenzensysteem met een geïntegreerd verlichtingssysteem om de inwendige structuren te vergroten en te belichten. Het licht wordt met behulp van optische vezels naar het uiteinde van de arthroscoop gebracht. Aan deze scoop kan een mini camera verbonden worden om zo het inwendige van het gewricht te bekijken en op beeld vast te leggen. Op die mannier is het mogelijk via mini insneden het gewricht te beoordelen, de letsels vast te stellen en eventueel indien nodig en indien mogelijk de letsels te behandelen.

Wanneer is een arthroscopy aangewezen ?

Een gewrichtsletsel of een gewrichtsaandoening diagnostiseren begint met een doorgedreven ondervraging naar de medische voorgeschiedenis, een lichamelijk onderzoek en eventueel het nemen van RX foto's. Bijkomende onderzoeken kunnen eveneens nodig zijn zoals een MRI – of een CT scan. Een arthroscopy kan de uiteindelijke diagnose brengen op een zeer accurate manier. Ziektes en ongevallen kunnen beschadigingen aanbrengen aan het bot, het kraakbeen, de gewrichtsbanden, de spieren en/of de pezen. Enkele van de meest voorkomende letsels gezien tijdens een arthroscopy zijn:

Inflammatie of ontstekingsreactie:

een synovitis (ontstaken slijmvlies in de knie, de schouder, de elleboog, de pols of de enkel

Mogelijke beschadigingen: acute of chronische

  • in de schouder: rotator cuff peesscheuren, impingment syndroom, recidiverende schouderluxaties
  • in de knie: meniscale scheuren, chondromalacie (aantasting van het kraakbeen door sleet of ongeval), voorste kruisbandscheu met instabiliteit
  • pols: carpal tunnel syndroom

Losse fragmenten in het gewricht bestaande uit bot of kraakbeen 

De gewrichten die het vaakst arthroscopisch benaderd worden zijn de knie, de schouder, de elleboog, enkel, heup en pols.

Hoe wordt een arthroscopy uitgevoerd ?

Arthroscopische heelkunde heeft steeds nood aan een of andere vorm van anesthesie en dient uitgevoerd te worden in een goed uitgeruste operatiezaal. Eén of meerdere kleine insneden van ca 1 cm worden gemaakt om de arthroscoop en eventueel bijkomende instrumenten in te brengen. Diverse insneden maken het mogelijk het gewricht van alle zijden te bekijken. Indien nodig kan een heelkundige bewerking uitgevoerd worden langs diezelfde kleine insneden met behulp van speciaal ontwikkeld instrumenten. In den beginne was een arthroscopy enkel een diagnostisch hulpmiddel , maar met de ontwikkeling van specifieke instrumenten kunnen veel letsel heelkundig behandeld worden door middel van de arthroscopy. Welke letsels kunnen arthroscopisch behandeld worden:

  • de meeste meniscusletsels in de knie worden arthroscopisch behandeld
  • sommige letsels worden behandeld door een combinatie van arthroscopische en klassieke open heelkunde:
    • rotatorcuff letsels (schouder)
    • behandeling van kraakbeen letsels in de knie of de schouder
    • reconstructie van de voorste kruisband in de knie
    • verwijderen van een ontstoken slijmvlies
    • herstel van gescheurde gewrichtsbanden
    • verwijderen van losse stukjes bot of kraakbeen

Na een arthroscopy worden de wondjes gehecht en bedekt met een klein verbandje. Je wordt vanuit de operatiezaal naar de ontwaakruimte gebracht. De meeste patiënten hebben geen noemenswaardige pijn. De operatietijd van de arthroscopy en de tijd voor herstel hangt af van de omvang van de vastgestelde letsels. Soms kan het gebeuren dat het vastgestelde letsel niet arthroscopisch behandeld kan worden. In dat geval zal een uitgebreide "open " behandeling uitgevoerd worden op een later tijdstip nadat de diverse mogelijkheden en gevolgen met de patiënt werden besproken. Vooraleer ontslagen te worden uit het ziekenhuis zal men U instructies geven in verband met de wondzorg, de oefeningen welke je best niet doet en welke je wel zou moeten doen om uw herstel te bespoedigen. Tijdens de volgende consultaties zal de chirurg uw hechtingen verwijderen, en uw herstelprogramma samen met U uitstippelen.

Welke zijn de mogelijke verwikkelingen ?

Alhoewel verwikkelingen zeldzaam zijn na een arthroscopy komen zij toch af en toe voor. Infectie, flebitis, overdreven opzetting of bloeding, beschadiging van bloedvaten of zenuwbanen en breuk van instrumenten zijn de meest voorkomende verwikkelingen maar komen in minder dan 1 % van de gevallen voor.

Welke zijn de voordelen van een arthroscopische ingreep ?

Een arthroscopische ingreep is een uitermate waardevol instrument voor de meeste orthopedische patiënten en is minder ingrijpend voor de patiënt dan een " open " ingreep. De meest patiënten worden behandeld in een dagziekenhuis en zijn de dag zelf reeds terug thuis.

Het herstel na een arthroscopy.

De kleine insneden zijn na ca 1 week voldoende geheeld om de hechtingen te verwijderen. Het originele operatie verband wordt voor ontslag gewisseld en vervangen door een klein snelverbandje. Niettegenstaande de wondjes klein zijn en de pijn in het geopereerde gewricht minimaal is, duurt het toch verschillende weken vooraleer het gewricht optimaal hersteld is. Een aangepast herstel - en oefenprogramma wordt aanbevolen om het herstel te bespoedigen en het gewricht te beschermen voor een toekomstige gewrichtsfunctie. Het is niet abnormaal dat patiënten terug naar het werk of de school gaan ,of hun dagelijkse werkzaamheden hervatten, na een paar dagen. Sportlui en anderen met een goede fysische conditie hernemen hun sportactiviteiten na enkele weken. Herinner er U aan dat personen die een arthroscopy ondergaan totaal verschillende letsels vertonen evenals onvergelijkbare vooraf bestaande toestanden.

Iedere patiënt vertoont dan ook een unieke toestand welke arthroscopisch behandeld werd. De herstelperiode is dan ook een afspiegeling van die individuele toestand en is niet te vergelijken met de herstelperiode van andere patiënten in gelijkaardige situaties die eveneens een arthroscopy ondergingen.