De knie

Anatomie van het kniegewricht

Het kniegewricht verbindt het dijbeen met het scheenbeen. Het gaat om een erg complex gewricht dat, naast buigen en strekken, gecombineerde bewegingen mogelijk maakt zoals draaiende beweging of rotatie en schuivende beweging. Het ondereinde van het femur of dijbeen en het boveneinde van de tibia of scheenbeen zijn beide met kraakbeen bedekt.

Ook de patella of knieschijf is met een laag kraakbeen bedekt. De knieschijf speelt een belangrijke rol in het gewricbt en versterkt de kracht bij strekking van de knie.

De kruisbanden geven het gewricht bijkomende stabiliteit, in het bijzonder bij draaiende en schuivende, voor- achterwaartse, beweging. Tegelijk beperken ze uiteraard de bewegingsvrijheid. Met elke stap schuiven de lagen kraakbeen vrijwel zonder enige wrijving over elkaar.

Het gewricht zelf is stevig ingepakt in een gewrichtskapsel. Binnenin het gewrichtskapsel produceert een laag slijmvlies het synoviale vocht. Dit synoviale vocht voedt enerzijds het kraakbeen en smeert anderzijds het gewricbt zodat het zonder wrijving kan bewegen. het dient ook, samen met het kraakbeen, in zekere mate als schokdemper om de aanzienlijke krachten op te vangen die tijdens het leven van een persoon op het gewricht inwerken. De botten zijn met ligamenten verbonden die het gewricht de nodige stevigheid geven. Spieren en pezen zorgen ervoor dat het gewricbt kan bewegen.

pict0.jpg

Knieaandoeningen

Aandoeningen van het kniegewricht kunnen het gevolg zijn van een aantal oorzaken.

De meest frequente zijn pathologische sleet van het gewrichtskraakbeen:

  • osteoartritis

  • artrose.

Men maakt een onderscheid tussen:

  • primaire (idiopathische) osteoartritis, waarvan de oorzaken momenteel grotendeels onbekend zijn,
  • secundaire osteoartritis. die optreedt in de nasleep van een bekende onderliggende aandoening zoals:
  • reuma
  • bloedsomloopstoornissen van metabole oorzaak
  • aangeboren of erfelijk bepaalde kneafwjkingen
  • ongevallen.

Uiteindelijk leiden al deze wijzigingen tot beschadiging van de kraakbeenlaag. Dit veroorzaakt rechtstreeks contact van bot op bot, gedeeltelijke botnecrose en vervormingen van het gewricht, met ontsteking en pijn als gevolg.

De symptomen blijven niet onopgemerkt:

  • pijn bij het stappen,
  • toenemende beperking van de pijnloze loopperimeter,
  • tot de pijn uiteindelijk zelfs in rust aanwezig blijft,
  • duidelijk verminderde beweeglijkheid van het kniegewricht.

1. Een normaal kniegewrioht heeft gladde botten die aan elke zijde bekleed zjn met twee effen, glimmende en gladde kussens van gewrichtskraakbeen. Wanneer deze twee gladde opperakken over alkaar schuiven, is lopen gemakkelijk en pijnloos

pict0.jpg

2. Mettertijd kan het kraakbeenkussen degenereren. barsten. eventueel volledig wegslijten en het onderliggende bot blootleggen. Wanneer deze kraakbeendestuctie optreedt. ontstaat pijn doordat de ruwe botten over elkaar wrijven. Het gewricht raakt misvormd. ontsteekt en zwelt. met mobiliteitsverlies tot gevolg.

pict1.jpg

De patbologische stoornissen kunnen aan de hand van een radiografie opgespoord worden,

Op de röntgenopname is het eigenlijke laagje kraakbeen niet zichtbaar. Aangezien het kraakbeen van een ongeschonden kniegewricht echter herkenbaar is aan de regelmatige en gladde vorm van de gewrichtsspleet, kan de arts de werkelijke toestand van het kraakbeen uit de omgevende botstructuren afleiden.

Wanneer alle mogelijkheden van niet-chirurgische behand&ing uitgeput zijn, zal het plaatsen van een kunstmatig kniegewricht, ook totale knieprothese of TKP genoemd, doorgaans tot de verdwijning van de pijn en het herstel van de mobiliteit leiden.